DNA-onderzoek Ringslang Frysl‚n

Jelle Hofstra. Fotoís van de schrijver

De Ringslang is een van de drie inheemse slangen van Nederland. Naast de Adder en de Gladde slang is het een bedreigde diersoort in Nederland en de rest van Europa, maar wel de enige soort die in Nederland buiten beschermde natuurgebieden voorkomt. De Ringslang staat op de Rode Lijst in de categorie 'kwetsbaar'. De soort is ten opzichte van de referentieperiode (de periode voor 1950) met 37 % afgenomen.

 

De achteruitgang van de Ringslang in ons land is o.a. veroorzaakt door versnippering, verdroging, kanaliseren van waterlopen en de grootschalige landbouw. De achteruitgang is echter vooral te wijten aan het verdwijnen van de mestvaalten en composthopen die vroeger op vrijwel elk boerenerf aanwezig waren en die uitermate geschikt waren om eieren in af te zetten. Nu mesthopen niet meer open en bloot worden opgeslagen, is andere menselijke hulp nodig om de slang van een broedplek te voorzien.. De trend van de Ringslang binnen de reptielenmonitoring duidt gelukkig op een matige toename. In Flevoland en Fryslân is zelfs sprake van een sterke toename. Dit komt vooral door het aanleggen van kunstmatige broeihopen. 

 

Genetische kennis beperkt

Op dit moment werken tientallen vrijwilligers samen om de soort te monitoren, broeihopen aan te leggen en nieuw habitat te creëren. Dit is noodzakelijk om de habitat van de Ringslang te beschermen en ervoor te zorgen dat de dieren voldoende plek hebben om te overwinteren en hun eieren af te zetten

Ondanks deze maatregelen is de genetische kennis beperkt. Door de genetische structuur van de Ringslang te analyseren wordt het mogelijk om te zien hoe de migratiepatronen van deze soort precies in elkaar zitten en wat de mate van inteelt is binnen populaties. Ook ontstaat de mogelijkheid om meer doelgericht behoudsmaatregelen te componeren. Na in 2010 gezien te hebben dat sommige populaties last

hebben van inteelt wordt het onderzoek uitgebreid tot op nationaal niveau. Op deze manier kan er op een beleid worden opgesteld om de Ringslang te behoeden van de ondergang.

 

 

 

Wangslijm

Sinds een paar jaar doe ik mee aan dit DNA-onderzoek. De bedoeling is wangslijm van de Ringslang door middel van een wattenstaafje te verkrijgen. Dit wattenstaafje mag niets anders dan de binnenkant van de mond aanraken. Als er voldoende slijm (soms ook speeksel of een beetje bloed) op het wattenstaafje zit wordt het uiteinde in een verzamelbuisje met gestabiliseerdbuffer gestopt en op de aangegeven plaats afgebroken. Het dekseltje wordt er op geschroefd en dan is het monster klaar voor verder onderzoek. Bovendien wordt van de slang de kopromp-lengte en de staartlengte gemeten. Dit met een flexibel meetlint. De slang mag daarbij niet uitgerekt worden. Daarna wordt een foto van het buikpatroon gemaakt – elk dier heeft zijn eigen specifieke buiktekening – om dubbele bemonstering te voorkomen. Indien mogelijk worden de GPS-coördinaten bepaald.
 

 

Lippenhuisterheide

Ze wilden ook graag een bezoek brengen aan de Lippenhuisterheide, waar ik sinds 1990 monitoor en de laatste tijd het DNA-onderzoek doe. Het weer was die ochtend echter nog niet optimaal en er werd slechts één Ringslang gevangen, bemonsterd en opgemeten. Bij het DNA-onderzoek wordt door Elze echter geen wattenstaafje gebruikt. Sinds kort heeft ze een vergunning om met een injectienaald bloed af te tappen uit het staartgedeelte van de slang. Het bloedonderzoek is minder omslachtig en tevens zijn de DNA-uitslagen correcter. De dag er voor was door hen een gebied op de Delleboersterheide onderzocht en de resultaten waren zeer goed. Besloten werd dan ook hier nog maar enkele rondes te gaan lopen.
 

 

Diaconieveen en Catspoele

Toen op mijn vraag of ze de Diaconieveen en de Catspoele ook hadden bezocht, ontkennend werd gereageerd, werd besloten dit alsnog te gaan doen. De zon was inmiddels doorgebroken, ideaal slangenweer dus. Er werd vooral gezocht rondom waterpartijen en Xander bleek zeer bedreven te zijn in het vangen van de Ringslangen. De ene na de andere slang plukte hij uit de vegetatie. De onderzoekers vielen dan ook van de ene verbazing in de andere dat ze tijdens dit onderzoek zoveel Ringslangen in deze Friese gebieden aantroffen. Dat waren ze tot nu toe tijdens hun onderzoek nog niet tegen gekomen. Bij de Catspoele werden in de pitrus zelfs nog vier Adders gevonden.
 

 

Delleboersterheide

Hierna werd alsnog een bezoek gebracht aan de Delleboersterheide op de plek die een dag tevoren was onderzocht en toen een uitstekend resultaat opleverde. De zon was inmiddels verdwenen en de wind toegenomen, waardoor het iets kouder was dan de dag daarvoor. De vondsten waren dit keer dan ook teleurstellend. Slechts enkele jonge dieren van vorig jaar konden worden bemonsterd. Het was de onderzoekers opgevallen dat hier alleen maar jonge dieren werden gevonden, dit in tegenstelling tot de Diaconieveen en de Catspoele. Dicht in de buurt ligt echter een enorme hoop ruigte die vermoedelijk dienst doet als broeihoop. Mogelijk dat jonge dieren die een jaar daarvoor geboren zijn nog een poosje in de buurt van hun geboorteplek blijven.
In totaal werden op de Lippenhuisterheide, Diaconieveen, Catspoele en Delleboersterheide in twee dagen tijd maar liefst 29 Ringslangen bemonsterd. De studenten hopen dat er volgend jaar een vervolg komt op dit onderzoek. Ze komen dan terug in de provincie Fryslân om nog meer natuurgebieden waar Ringslangen te verwachten zijn te onderzoeken.
 

 

« terug naar overzicht artikelen WARF-bulletin