








































Aan ons lid en voormalig bestuurslid John Melis uit Jubbega is in Nijmegen tijdens de jaarlijkse RAVON-dag de Lendersprijs 2011 uitgereikt. Dit voor zijn energieke bijdrage aan het initiëren en professionaliseren van RAVON-activiteiten in Fryslân. Hij heeft structureel een grote groep vrijwilligers weten te motiveren waardoor er veel meer waarnemingen van Reptielen, Amfibieën en Vissen worden verzameld. Er is door zijn inzet structureel meer regionale beleids- en media-aandacht voor aanwezigheid en trends van Reptielen, Amfibieën en Vissen en daarmee ook meer aandacht voor beter beheer en inrichting van gebieden. Daarbij levert John al jaren een constructieve bijdragen aan de groei en ontwikkeling van de landelijke RAVON organisatie.”
Vanaf deze plaats wil het bestuur en de redactie van de WARF John dan ook feliciteren met het krijgen van deze begeerde prijs.
Boswachters van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer constateren dat deze zomer door sterfte van kikkers in Nationaal Park Dwingelderveld de luide kikkerconcerten uitbleven.
In eerste instantie werd gedacht dat de kikkers stil waren door de natte, koude zomer. Microscopisch onderzoek aan dode kikkers wijst nu uit dat het Ranavirus vermoedelijk de oorzaak is. Uiteindelijk kan dit grote gevolgen hebben voor kikkers in heel Nederland.
Ranavirusinfecties kunnen voorkomen bij amfibieën, reptielen en vissen en kunnen massale sterfte veroorzaken. Ranavirussen verspreiden zich gemakkelijk, bijvoorbeeld via watervogels. Daardoor vormen ze een groot risico voor zeldzame en beschermde soorten in de natuur. Mensen en andere diersoorten lopen geen risico’s. ‘Omdat er in Nederland niet systematisch naar gezocht is, is het onduidelijk hoe lang Ranavirussen zich al in Nederland bevinden, en waar ze mogelijk nog verder te vinden zijn,’ meldt Marja Kik, patholoog van het Dutch Wildlife Health Centre, het kennisinstituut over de gezondheid van wilde dieren in Nederland.
September vorig jaar doodde het virus in korte tijd meer dan duizend kikkers in een ven bij Bezoekerscentrum Dwingelderveld. Het was de eerste keer dat in Nederland een Ranavirusinfectie bij wilde kikkers werd vastgesteld. Onderzoekers vermoedden toen al een grotere verspreiding van het virus. Daarom worden sindsdien alle vennen in het Dwingelderveld nauwlettend in de gaten gehouden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON).
Wie sterfte van enige omvang onder amfibieën in de eigen woon-, werk- en/of recreatie-omgeving constateert, wordt dringend verzocht dat onmiddellijk te melden via het daarvoor beschikbare meldingsformulier op de website www.dwhc.nl. De mensen van DWHC nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op om inzending van de dieren te regelen, mits ze nog voldoende vers zijn. RAVON en DWHC werken zij aan zij in dit project. In overleg met de melder zullen de locaties waar uitbraken plaats vinden zo mogelijk worden bezocht om type water en de daarin levende soorten goed in kaart te brengen.
In het Alpherveld - een natuurgebied in ontwikkeling - nabij Beetsterzwaag is door Daniek Bosloper uit Drachten een in de Struikheide zonnende Zandhagedis gevonden. Hij vraagt zich af of dit misschien om een oude populatie gaat of om een uitgezet exemplaar. En of er ooit meldingen uit het verleden van deze hagedis binnen zijn gekomen.
Vroeger kwamen er wel meer meldingen uit de Zuid-oosthoek van Fryslân. Met name van de natuurgebieden die door SBB worden beheerd. Deze dieren werden door een SBB-medewerker vermoedelijk onjuist gedetermineerd en betrof het naar alle waarschijnlijkheid de Levendbarende hagedis. Temeer omdat deze terreinbeheerder ooit in het Vogelblad 'Vanellus' schreef dat hij Zandhagedissen observeerde met hun 'zwarte jongen'. Zo valt in het boek 'Natuur in Fryslân' – een uitgave van SBB – waarin al hun gebieden uitvoerig worden behandeld, te lezen dat de Zandhagedis ooit in de “Wijnjeterper Schar' is gevonden. In meerdere gebieden zoals de Duurswouderheide, Blauwe Bos en het Manderveld wordt vermeld dat ook de Zandhagedis er misschien of mogelijk voorkomt
.Jaren terug heeft de RAVON echter besloten al de meldingen van de Zandhagedis uit Fryslân ter zijde te leggen, op de meldingen van de Waddeneilanden na.
Op 11 juli kwam de melding van Jelle Hofstra dat hij op de Lippenhuisterheide de eerste juvenile Levendbarende hagedis had gezien.
De eerste melding van een juvenile Ringslang kwam van Johan Helmus. Hij trof op 7 augustus in een bos bij Beetsterzwaag een zonnend diertje aan van 15 cm.
De vele regenbuien de afgelopen weken kunnen wel eens funest zijn geweest voor pas uitgekomen Ringslangetjes, zo meldt Jelle Hofstra. Door de vele regens en de daarmee gepaard gaande afkoeling zorgt er voor dat het in de broeihoop minder warm blijft.
In 1993 werden door hem een aantal dode, pas geboren ringslangetjes gevonden boven op een broeihoop op de golfbaan van Beetsterzwaag. Dit na een periode van kou en vele regens. Bij een voorzichtig onderzoek werden uiteindelijk meer dan 100 dode diertjes gevonden. Ook waren er tal van dieren reeds afgestorven in het ei. De plekken waar eieren waren afgezet en waar jongen werden gevonden waren te koud en te nat geworden. Het overgrote deel van de dode diertjes heeft een plekje gevonden in het Museum van de Universiteit van Amsterdam.
We moeten er maar op hopen dat het dit seizoen toch iets meevalt.
De voorlopige cijfers van de paddenoverzet in de provincie Fryslan zijn bekend.
Noordwolde-Zuid
De trek startte al op 9 januari, het scherm stond er pas op 23 februari. Door het te laat starten van het scherm hebben we waarschijnlijk zo'n 200-300 Kamsalamanders (voornamelijk mannen) gemist. Als we daarmee doorrekenen vallen alleen de 5 Alpenwatersalamanders nog op. In 2010 nul en in 2009 was het er 1.
2011 gaf verder hetzelfde beeld als 2010 (1171 tegenover 1376)
Beetsterzwaag
Had geen echte last van de latere plaatsing vanwege gebrek aan zeer vroege soorten. 2011 gaf van alles meer dan 2010 (2409 tegenover 1941)
Geen extreme nacht (zoals 2010) met 500 dode exemplaren.
Katlijk
Nieuwe actie, geen referentiekader, was spannend of er "wat in zou komen". Ook hier geen last van de latere plaatsing vanwege gebrek aan zeer vroege soorten. Enorme aantallen (3313), zeker gezien het schermsoort (kippengaas)
Je zou kunnen verwachten dat er met worteldoek 4000/4500 dieren waren gepakt, en dan ook meer salamanders en kikkers. Mooi, maar niet verwonderlijk, is het dat hier Poelkikker en Heikikker (en een Levendbarende hagedis) zijn aangetroffen
Dit jaar toch maar weer 6893 dieren levend overgezet. Prachtig resultaat !
John Melis
Naar schatting ruim vierduizend hagedissen en slangen zijn omgekomen door de brand paasmaandag in het Fochteloerveen, een groot hoogveengebied op de grens Fryslan/Drenthe. Dat meldt de natuurorganisatie RAVON. De meeste dieren zijn verbrand. Anderen schroeiden in hun ondergrondse holen in het droge veen. RAVON vermoedt dat ruim 80 procent van de reptielen in het afgebrande gebied - ongeveer 100 hectare groot - is omgekomen.
Gistereren zijn door een aantal vrijwilligers van Landschapsbeheer Friesland langs het paddenscherm aan de Poostweg te Olterterp flinke schutterspalen de grond ingeslagen. De palen die 10-12 meter uitelkaar staan moeten voorkomen dat vandalen opnieuw het scherm en de emmers met de auto stuk gaan rijden.
Nu maar hopen dat een en ander werkt. In ieder geval wordt het hen een stuk moeilijker gemaakt.
Vandaag is door een aantal vrijwilligers het paddenscherm aan de Poostweg weer in de oude staat terug gebracht. Meer dan 200 meter scherm moest opnieuw worden ingegraven. Dat was nog een flinke klus, maar vele handen maken licht werk.
Landschapsbeheer Friesland zorgde voor de eventueel te vervangen laten en leverde bovendien enkele vrijwilligers.
Mieke Edens zorgde behalve voor 12 nieuwe emmers, ook voor de inwendige mens. Nu maar hopen dat de vandalen het scherm verder ongemoeid laten.
Vandalen hebben op 26 februari in de nacht van vrijdag op zaterdag een grote ravage aangericht aan de Poostweg te Olterterp. Het paddenscherm dat door leden van de WARF en Landschapsbeheer in samenwerking met de gemeente is aangebracht, is over een lengte van meer dan 200 meter met de grond gelijk gemaakt. De paaltjes waarmee het doek zat vastgeniet zijn vernield waardoor het doek plat op de grond kwam te liggen. Het lijkt erop dat men met een auto in de lengterichting over het doek is gereden, aangezien ook vele emmers flinke beschadigingen vertoonden. Ook werd een schrikhek in een droge sloot gegooid en twee driehoekige borden met afbeeldingen van trekkende padden zijn verdwenen. De paddenoverzetters zijn geschokt door deze zinloze vernielingen. Een geluk bij een ongeluk was dat door de lage temperatuur de paddentrek nog niet echt op gang is gekomen. Er is aangifte gedaan bij de politie.
De paddentrek in Oranjewoud kan beginnen. Hein van der Vliet die zich al jaren inspant voor de overstekende dieren op de Bierema Oostingweg in Oranjewoud is er klaar voor. In tegenstelling tot andere paddenoverzetplekken waar gewerkt wordt met schermen en emmers om de dieren veilig naar de overkant te brengen, sluit Hein eenvoudig enkele wegen af met hekken en waarschuwingsborden van 's avonds 7 uur tot 's ochtends 7 uur. Dit alles in samenwerking met aanwonenden, Staatsbosbeheer en de gemeente Heerenveen.
Op 3 februari is een nieuwe overzetactie gestart in Katlijk. Deze wordt gecoördineerd door It Fryske Gea. In de afgelopen jaren is tussen het Ketliker Skar en de Tjonger veelvoudig melding gemaakt van verkeersslachtoffers. Omdat deze actie dit jaar voor het eerst gehouden wordt zijn er nog geen ervaringscijfers. De verwachting is dat bij deze actie de Gewone pad talrijk overgezet gaat worden. Ook de resultaten van deze actie worden dagelijks bijgehouden en zijn in te zien via www.padden.nu .
In het Natuur- en Milieucentrum De Naturij in Drachten werd op 3 februari een ’Emmer-amfibieën’ cursus gehouden voor adspirant ’Paddenoverzetters’. Er waren 16 cursisten aanwezig, waaronder veel vrouwen. Cursusleider was John Melis. Alle facetten werden uitgebreid behandeld. De verschillen tussen amfibieen en reptielen. Niet alleen padden trekken naar het water om eieren af te zeten, ook kikkers en salamanders. Het afzetten van de eieren: klompen dril of eiersnoeren. Bij welk weer en temperatuur trekken de dieren. De nadruk lag vooral op de determinatie. Wat voor soorten amfibieën vind ik in de emmer. De verschillen tussen de Hei- en Bruine kikker (beiden bruin met zwarte oogvlek). Om welke salamander gaat het. De Kleine watersalamander of de Kamsalamander. Waar speciaal op te letten. Hoe te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Waar laat ik de overgezette dieren veilig los. Afgesproken werd dat in eerste instantie ’s ochtends de emmers worden gecontroleerd en de dieren overgezet. Op piekdagen wordt er twee keer per dag gelopen, ’s morgens en ’s avonds. ’s Avonds wordt er minimaal met twee personen gelopen. Dit omdat de Poostweg een zeer gevaarlijke weg is voor de paddenoverzetters. Er komt veel verkeer langs en er wordt met hoge snelheid gereden, ondanks de aangebrachte schrikhekken en borden. De paddenoverzetters staan dan ook meer in de berm dan dat ze hun werk kunnen doen.
Op 27 januari zijn ook weer schermen geplaatst aan de Poostweg te Olterterp. Dit door medewerking van Landschapsbeheer Friesland en een flink aantal vrijwilligers. De Gemeente Opsterland zorgt voor schrikhekken en bebording. De Poostweg is voor de amfibieën een zeer gevaarlijke weg. Het is een sluiproute waar met hoge snelheden worden gereden. Het traject waarover de dieren trekken omvat bijna de gehele Poostweg en ondoenlijk om dat geheel af te schermen. Een oplossing zou zijn de weg tijdelijk af te sluiten voor het verkeer, maar daar wil de Gemeente niet aan meewerken. Zo kon het gebeuren dat vorig jaar op één nacht meer dan 450 dieren werden platgereden.
Dinsdag 25 januari zijn door Landschapsbeheer Friesland, Staatsbosbeheer en vrijwilligers van de WARF het opvangscherm in Noordwolde weer geplaatst. Dit om de trekkende Kamsalamanders aan de Oosterseveldweg te beletten de weg over te steken met het gevolg dat dit beschermde en voor Fryslân erg zeldzame dier wordt doodgereden. De dieren vallen nu via het opvangscherm in de daarnaast ingegraven emmers. De eerste Kamsalamanders zijn door vrijwilligers alweer veilig overgezet.
Er zijn al weer doodgereden exemplaren van de Gewone pad gevonden op de Poostweg te Olterterp.
Mieke Edens meldde dat er al meer dan 12 slachtoffers waren te betreuren.
Er is door haar contact opgenomen met de WARF en er zal zo spoedig mogelijk een scherm worden geplaatst. Wel erg vroeg dit jaar. Overigens zijn op de website van RAVON nog geen verkeersslachtoffers gemeld. Wel dat de Kleine watersalamander al weer vijvers had opgezocht. Of het gaat om dieren die hierin hebben overwinterd is niet duidelijk. Ook zijn er al melding van zwemmende salamanderlarven, die dus zeker hebben overwinterd. Te hopen is dat het koude weer aanhoudt, zodat de 'paddentrek' wordt afgeremd voor de schermen zijn geplaatst.
Voor het eerst in twintig zijn er weer voortplantende Amerikaanse Brulkikkers in Nederland aangetroffen. Na het importverbod eind tachtiger jaren leek de soort verdwenen uit ons land. In het Limburgse Baarlo zijn in september 2010 zowel kikkervisjes als volwassen dieren aangetroffen. Dat meldt de nieuwsbrief ’Schubben en slijm’ van de Stichting RAVON. Vermoedelijk komen de dieren uit ons buurland België vandaan waar de laatste jaren enkele populatie werden gesignaleerd. De Brul- of Stierkikker behoort tot de top-10 van de gevaarlijkste amfibieën ter wereld. Behalve dat hij alles eet wat voor zijn enorme bek komt - inclusief onze eigen soorten - kan hij ook nog drager zijn van een voor amfibieën dodelijke schimmel, die wereldwijd al tot het uitsterven van meerdere amfibieën heeft geleid.
Hoe te herkennen?
De Brulkikker is verwant aan onze groene kikker, maar hier wel van te onderscheiden.
De kikkervissen van de Brulkikker hebben twee jaar nodig om tot jonge kikkers uit te groeien. Als er in het late najaar nog flinke kikkervissen in uw vijver zitten, zou dat wel eens om Brulkikkerlarven kunnen gaan.
De volwassen dieren zijn te herkennen aan het geluid dat ze produceren: een laag brommend keelgeluid als het loeien van een rund. Verder ontbreken de ruglijsten, een verdikte ribbel die bij onze groene kikker loopt van af het oog tot de lies. Het trommelvlies is groter dan het oog, terwijl het mannetje maar één kwaakblaas bezit en wel onder de keel.
Mocht u denken een Brulkikkerlarve of een volwassen Brulkikker in uw vijver te hebben, kunt u het beste een foto van het dier maken en opsturen naar de RAVON of contact zoeken met de WARF. Daar zal men kunnen uitmaken of het inderdaad om een Brulkikker gaat of om onze (beschermde) groene kikker.
Er kwamen twee meldingen binnen dat er plotseling een Ringslang in de huiskamer kroop.
De eerste melding kwam van Jaap van der Wijk uit Gorredijk.
Hoe de slang daar gekomen is, is voor Van der Wijk een groot vraagteken. De familie woont nabij de 'Groene Long' waar vaker een Ringslang is gesignaleerd.
De andere melding kwam van Greta Bos, wonende aan de Schoterlandseweg te Hoornsterzwaag. Ook voor haar is het een raadsel hoe het dier tot in de huiskamer kon komen.
OLDEBERKOOP. De zusjes Silke (4) en Jildow (3) Brandsma, wonende aan de Oosterwoldseweg, deden vorige week wel een heel bijzondere ontdekking. In de garage dachten ze een roestige spijker te zien liggen. Bij het oprapen bleek het echter om een kikkerachtig dier te gaan. Dat het niet om een gewone pad of kikker ging was meteen duidelijk. De natuurman Andries van der Veen uit Wolvega werd geraadpleegd en die keek wel even vreemd op. Het ging om een zeldzame Geelbuikvuurpad van ongeveer twee centimeter lengte. Het merkwaardige is echter dat dit dier slechts voorkomt in het uiterste zuiden van de provincie Limburg. De Geelbuikvuurpad houdt namelijk van heuvel- en bergachtig land en heeft voorkeur voor poelen op hellingen en plateaus. Ook Jelle Hofstra uit Gorredijk toonde zich zeer verbaasd. Gedacht wordt dat het diertje vermoedelijk is meegelift met iemand die met vakantie naar het zuiden van ons land is geweest. Het kan ook zijn dat het diertje bewust is meegenomen om het in een terrarium te stoppen. De volwassen padjes worden ongeveer vijf centimeter lang en de bruingrijze rug is zeer wrattig en de huidklieren produceren een bittergif. De buikzijde daarentegen is fraai geel gekleurd met talloze donkere vlekken. Als het diertje gestoord wordt neemt het een afweerhouding aan door de buikzijde te laten zien. De predator weet dan door de felle kleur dat de prooi giftig of onsmakelijk is.
Hofstra heeft het diertje meegenomen aangezien de deze pad het zeldzaamste amfibie van Nederland is en ernstig bedreigd wordt. Daarom is contact opgenomen met het Regionaal Milieuteam politie Fryslân.
Paddenoverzetter in de bloemetjes gezet
Op woensdagmiddag 8 september is Jelle Hofstra, lid van de WARF (Werk- en Studiegroep Amfibieën en Reptielen Friesland) in het Witte Huis in Olterterp gelauwerd door de Werkgroep Friesland van de Partij voor de Dieren. Hij kreeg uit handen van Annemarie van Gelder, voorzitter van de werkgroep Friesland, een door de twee Partij voor de Dieren Tweede Kamerleden - Marianne Thieme en Esther Ouwehand - ondertekende oorkonde.
Reden is de inzet van Jelle Hofstra om elk jaar weer padden, kikkers en salamanders te redden op de Poostweg in Beetsterzwaag. Hofstra verricht deze werkzaamheden uiteraard niet alleen, maar staat symbool voor al het goede vrijwilligerswerk dat hij en zijn medestrijders belangeloos voor deze dieren doen. De Partij voor de Dieren Friesland vindt dat mensen die zich zo onbaatzuchtig en volhardend inzetten voor dieren een oorkonde verdienen.
Jaarlijks leggen duizenden padden en kikkers aan het begin van het jaar het loodje bij de zogenaamde paddentrek. Om te paren trekken deze amfibieën terug naar de meertjes of poeltjes waar ze geboren zijn, maar vaak kunnen ze daar niet –meer- naartoe zonder verkeerswegen over te steken. Grote aantallen van deze dieren worden dan ook platgereden tijdens de tocht. Ook na het paaien, op de terugweg naar hun woongebied, sneuvelen ontelbare dieren.
In Nederland stellen verschillende vrijwilligerswerkgroepen alles in het werk om het aantal verkeersslachtoffertjes onder deze –wettelijk beschermde!- amfibieën in de paaitijd te beperken. Helaas haalt een groot deel van de dieren het ondanks al deze inzet niet.
De leden van WARF delen de mening van de Partij voor de Dieren dat gemeenten een zorgplicht hebben tegenover reptielen en amfibieën en dus in feite zelf maatregelen moeten nemen. Het is onaanvaardbaar dat ze deze plicht afwentelen op vrijwilligers. Gemeenten kunnen in paaitijd bijvoorbeeld strengere controle op hardrijders uitoefenen, maar beter nog is het in paaitijd afsluiten van wegen waar padden en kikkers oversteken of –het allerbeste- het aanleggen van speciale paddenoversteektunnels. Padden en kikkers paaien maar korte tijd in het voorjaar en alleen bij schemer, regenachtig weer en een temperatuur boven de zes graden. Gemeenten zouden verkeersmaatregelen voor amfibieën eenvoudig kunnen afstemmen met deskundigenclubs zoals de WARF.
Voor Hofstra betekent de huldiging heel veel. Hij is komende week jarig, maar zei nu al dat dit zijn mooiste cadeau was. Een nog mooier cadeau zou het voor hem echter zijn als de gemeente Opsterland inziet dat zij aansprakelijk is voor het lot van padden en kikkers en daar ook eindelijk naar handelt.
Het in verband met de paddentrek aan de Poostweg te Beetsterzwaag aangebrachte scherm is in allerijl weggehaald. Het scherm diende om trekkende padden op te vangen en naar ingegraven emmers te leiden. De dieren worden dan door vrijwilligers naar de andere kant van de weg gebracht om in het Witte Meer hun eitjes af te zetten. Zodra de eitjes zijn afgezet verlaat het vrouwtje het water en gaat terug naar haar zomerverblijf aan de overzijde van de weg. Deze terugtrek, die lang niet zo massaal is als de heentrek en meer druppelsgewijze plaatsvindt, was dit jaar wel bijzonder vroeg. Het scherm dat in het begin zorgde dat de dieren niet werden plat gereden, bleek nu een obstakel te zijn. Opgevangen door het scherm bleven de weer terugtrekkende dieren aan de kant van de weg zitten en daardoor werd er alsnog een aantal dood gereden. Nu de balans is opgemaakt, blijken er maar liefst 1.941 dieren veilig naar de overkant te zijn gebracht. Hieronder waren 1.464 padden, 380 heikikkers, 37 bruine kikkers, 34 groene kikkers en 26 salamanders. In totaal werden er 705 dode dieren geteld, waarvan 504 padden, 15 heikikkers, 174 bruine kikkers, 10 groene kikkers en 2 salamanders.
De amfibieënwerkgroep en de Gemeente Opsterland zijn momenteel nog in gesprek om een zgn. paddentunnel onder de Poostweg door te realiseren. Het plaatsen van een scherm zal dan niet meer noodzakelijk zijn. De moeilijkheid is hier echter dat de Poostweg gemeentelijk is, maar de bermen in particulier bezit zijn.

Het paddenscherm dat op 25 februari door leden van de WARF en vrijwilligers van Landschapsbeheer Friesland op de Poostweg te Olterterp (Beetsterzwaag) is aangebracht is met een flink aantal meters verlengd. Dit omdat een aantal dieren buiten het scherm om helaas waren dood gereden, waaronder enkele Heikikkers. Het probleem op deze erge drukke sluiproute is dat de trek over een zeer grote lengte plaats vindt. Vorig jaar vonden behalve de Gewone pad en Bruine kikker, vooral een flink aantal Heikikkers op deze weg de dood. Momenteel zijn er in ons land slechts twee plekken bekend waar Heikikkers in emmers worden opgevangen: Kootwijk en de Poostweg in Olterterp. Bijzonderheid is dat een groot aantal Heikikkers die aan de Poostweg in emmers worden overgezet, de zo kenmerkende lichte dorsale lengtestreep missen.
Helaas evenals dat als ieder jaar het geval is hebben de vandalen weer toegeslagen. Het vandalisme varieert van het ontvreemden van emmers, het weghalen van verkeersborden, het verwijderen van schrikhekken in de nachtelijke uren en het vernielen van de geleidingswand. Twee schrikhekken waren al weer verwijderd en moesten uit een droge sloot worden gehaald.
In tegenstelling tot de trek in Noordwolde-zuid, is de trek aan de Poostweg momenteel nog niet echt op gang gekomen.
Vrijdagavond 26 februari werd er in Noordwoldezuid een cursus geven in het herkennen van amfibieën. Vrijwilligers bij het overzetten van de dieren kunnen zo betrouwbaar noteren met wat voor dier ze hebben te doen en eventueel wat voor geslacht.
De pers was aanwezig en de volgende dag stond een artikel in de Leeuwarder courant op de voorpagina!
kamsal (547kB)Verslag overzetactie amfibieën Noordwolde-Zuid 2009
Ten noordoosten van Noordwolde-Zuid, in de Friese gemeente Weststellingwerf, bevindt zich een bosgebied; het Oosterseveld, dat in bezit is van Staatsbosbeheer.
Het was al langere tijd bekend dat er op de Oosterseveldweg een ‘paddentrek’ voorkwam die levens kostte. Half februari 2009 werden er platgereden salamanders aangetroffen door Lisette Heikoop en Jeroen Bredenbeek.
Samenvatting verslag Noordwolde-Zuid 2009 v2 (52kB)Werkgroep ringslang Natuurgebied Brandemeer te Oldelamer
Het is midden januari 2010.
De ringslangen die al wekenlang onder een dik pak sneeuw in winterslaap verkeren, zullen zich de komende tijd nog wel een poosje koest houden. De winter is nog lang niet voorbij. Misschien is dit een geschikt moment om even terug te kijken op het afgelopen seizoen.
De Amfibieen en Reptielen van Nederland
Nederlandse Fauna 9
Redactie Raymond C. M. Creemers en
Jeroen J. C. W. van Delft
Reptielen Amfibieën Vissenonderzoek Nederland (RAVON).
Prijs: 49,50 euro
Tot voorheen was ons land erg dun bezaaid met goede Nederlandse literatuur over onze amfibieën en reptielen. Daar is de laatste jaren gelukkig verandering in gekomen. In 2001 werd de ’Amfibieëngids van Europa’ van Nöllert en Nöllert in het Nederlands vertaald en in 2006 verscheen de veldgids ’Amfibieën en Reptielen’ van Stumpel en Strijbosch. Beide boeken zijn een grote aanwinst.
Wat de verspreiding van de Nederlandse amfibieën en reptielen betrof waren we sinds 1986 aangewezen op de ’Atlas van de Nederlandse Amfibieën en Reptielen' (Vijfde herpetologische verslag) van Wim Bergmans en Annie Zuiderwijk en wat was gebaseerd op circa 35.000 waarnemingen.
Nu is er dan een nieuw boek uit over de verspreiding van de amfibieën en reptielen in Nederland, onder redactie van Raymond C. M. Creemers en Jeroen J. C. W. van Delft. En wat voor een boek. Het boek onderscheidt zich van de genoemde gidsen door zijn kloeke formaat en het weegt maar liefst twee kilogram. Het aantal waarnemingen is inmiddels gestegen tot 451.710. Dat is vooral het werk van vele, vele vrijwilligers. Er werkten maar liefst 45 auteurs mee aan dit boek met ruim 400 foto’s van 60 fotografen en niet minder dan 50 pagina’s literatuurreferenties. Behalve dat alle in ons land voorkomende amfibieën (15 soorten) en reptielen (7 soorten) beschreven zijn, worden ook de hier voorkomende exoten behandeld. Zo komen o.a. de Amerikaanse brulkikker, de Roodwangschildpad en de Italiaanse Kamsalamander ter sprake. Tien algemene hoofdstukken zijn opgenomen met daarin o.a. aandacht voor cultuurhistorie en de geschiedenis van de herpetologie in Nederland. Van elk besproken dier wordt een beschrijving gegeven, gevolgd door herkenning, biologie, voedsel, predatoren, gedrag, verplaatsingen, begeleidende soorten, habitat enz. enz. Van elk dier worden een tiental fraaie foto’s getoond, die bovendien nog vergezeld gaan van erg goede tekeningen. De tekst leest heel plezierig. Vier soorten verspreidingskaartjes worden aan elke soort gewijd: een kaartje met de verspreiding van 1971-1995; een kaartje met de verspreiding van 1996-2007; een kaartje met alle waarnemingen en een kaartje met veranderingen in het aantal bezette uurhokken. Ook zij die de betekenis willen weten van de wetenschappelijke namen die aan de dieren zijn gegeven, komen aan hun trekken. Zelfs wordt er een hoofdstuk gewijd aan zeeschildpadden die hier ooit als dwaalgasten levend in zee zijn waargenomen of zowel levend als dood ooit zijn aangespoeld. Als klap op de vuurpijl is nog een cd met geluidsopnamen van al onze amfibieën bijgesloten.
Men ontkomt er praktisch niet aan dat hier en daar toch een klein foujtje binnen sluipt. Zo wordt in het hoofdstuk 'Ringslang' onder het hoofdje 'Herkenning' op blz. 302 vermeld dat vervellingshuiden van de Ringslang zijn te onderscheiden van die van de Gladde slang en de Adder aan de hand van de aanwezigheid van een kiel op de schubben. Dit gaat echter alleen op voor de Gladde slang. De Adder heeft eveneens gekielde schubben.
Niets dan lof over dit prachtig verzorgde boek, dat getuigd van grote kennis van amfibieën en reptielen bij de mensen die hier aan hebben meegewerkt.
Bij een ieder die de koudbloedigen een warm hart toedraagt, hoort dit boek dan ook op de boekenplank te staan.
Jelle Hofstra
Door de zachte herfst konden in de maand oktober en zelfs de gehele maand november nog amfibieen en reptielen worden gevonden. Zo kwam van Rinze de Vries uit Oudehorne de melding dat eind oktober in zijn heide nog exemplaren van de Ringslang, Levendbarende hagedis en Hazelworm werden gezien. Door Hein van der Vliet uit Heerenveen werd op 25 oktober een doodgereden Ringslang gevonden bij Oudeschoot. Een week daarvoor vond hij een verkeersslachtoffer nabij het Schuregaasterveld onder Jubbega-Schurega. Op de Lippenhuisterheide werd door Jelle Hofstra op 28 oktober een zonnende mannelijke Adder waargenomen. Tijdens een 'cursus' fotografie onder leiding van fotograaf Jan de Vries, werd in De Dulf onder Terwispel op 31 oktober een Bruine kikker waargenomen en op dezelfde dag hoorde Toyny van Veldhoven uit Oudeschoot in haar vijver nog een groene kikker roepen. Op 22 november werd in De Deelen onder Gersloot tijdens een wandeling een Bruine kikker gezien.
Niet alleen in de provincie Fryslân werden late amfibieën gezien. Op natuurbericht.nl kan men lezen dat in een tuin in Veghel op 14 november een ’zwanger’ vrouwtje van de Bruine kikker werd waargenomen. In Nijmegen werd op 21 november een mannetje van de Bruine kikker ontdekt die tijdens een regenbui de vijver opzocht om alvast een voorsprong op zijn rivalen te hebben. Sommige Bruine kikkers lieten hun ’paar’roep al horen. Verder zijn er op 16 en 18 november waarnemingen gedaan van respectievelijk de Alpenwatersalamander en de Kleine watersalamander. Op 23 november werden maar liefst 15 exemplaren van de Vuursalamander gevonden en waren er ook nog vijf exemplaren van de Vroedmeesterpad actief. Een andere soort die zelden zo laat wordt aangetroffen is de Rugstreeppad. De laatste waarneming werd gedaan in een tuin op Schiermonnikoog en wel op 20 november.
Eind 2007 is het project Padden.nu gestart. Dit gezamenlijke project van RAVON, IVN, KNNV en Landschap Noord-Holland wil door het uitwisselen van informatie en ervaring, de samenwerking tussen locale paddenwerkgroepen stimuleren en verbeteren.
In totaal hebben zich 48 paddenwerkgroepen aangesloten bij Padden.nu. Drenthe is de enige provincie van waaruit zich nog geen werkgroep heeft gemeld. Van de 48 aangesloten werkgroepen hebben er 28, met in totaal 57 trajecten, hun overzet resultaten doorgegeven aan Padden.nu. Door het bundelen van overzetresultaten uit het hele land ontstaat een krachtige dataset waarmee op termijn uitspraken kunnen worden gedaan over landelijke trends in aantallen en soorten overgezette dieren.
Meer dan 100.000 amfibieën overgezet
In 2009 zijn er in totaal op alle trajecten waarvan de overzetresultaten zijn doorgegeven 60.859 amfibieën overgezet. Dat zijn ruim 4.000 amfibieën minder dan in 2008, terwijl er van (veel) meer trajecten gegevens zijn ontvangen. 2009 was qua trek dus duidelijk een minder jaar. De reden hiervoor is waarschijnlijk de lang aanhoudende vorst in het begin van het jaar en de extreem droge april maand die daar relatief snel op volgde.
De 28 paddengroepen waarvan gegevens bekend zijn hebben per groep gemiddeld 2.174 amfibieën overgezet. Hiermee kunnen we een ruwe schatting maken voor het totaal aantal overgezette dieren door alle bij Padden.nu aangesloten groepen: 48 werkgroepen x 2.174 = 105.792 amfibieën.
Zoals verwacht bestaat het merendeel van de overgezette dieren uit Gewone padden, bijna 50.000 zijn er hiervan overgezet. Op ruime afstand volgen de Bruine kikker en de Kleine watersalamander, beide rond de 3.000 overgezette exemplaren. Er zijn ook redelijke aantallen zeldzamere soorten overgezet: 366 Heikikkers, 94 Alpenwatersalamander, 37 Rugstreeppadden, 20 Vinpootsalamanders, 2 Kamsalamanders en een Boomkikker. In totaal zijn er maar liefst 12 van de 16 in Nederland levende amfibieën overgezet!
Het volledige rapport met de overzetresultaten van 2009 is te downloaden op www.padden.nu.
Tamira Hankman en Elvira Werkman
RAVON
Het uitbroeden van de 120 ringslangeieren die in een afvalcontainer aan de ’Koufinne’ te Beetsterzwaag waren gevonden is een groot succes geworden. Er is immers nogal met de eieren gesold. Sommige trossen eieren zijn eerst in een container gegooid en daar later door mij weer uitgezocht. De rest van de eieren is met een greep uit de composthoop verwijderd. In beide gevallen was daardoor de juiste ligging van de eieren niet meer bekend. Daarna zijn ze in de auto vervoerd en daarna nog eens in de broedstoof geplaatst.

Hazelworm (Anguis fragilis)
De meeste reptielen zijn in het vroege voorjaar alweer gespot.
Op de foto een Hazelworm die op 18 maart rond 18.00 uur nog zonnend werd aangetroffen in een (vrij nat) heideterreintje aan de Poostweg te Olterterp. De Hazelworm komt voor in wat vochtige gebieden die met vegetatie bedekt zijn, zoals bossen, bosranden, hakhoutwallen en heidevelden. Ook bebouwing wordt niet vermeden. Zo werd enkele jaren terug een Hazelworm gevonden in de ’Groene Long’, een park dat is gelegen in de bebouwde kom van Gorredijk.

Via de heer Johan Naberman van 'It Fryske Gea' kwam de voorzitter van de WARF - de heer Wietze van der Meulen - op 2 juli in telefonisch contact met de heer Wieren Groen uit Beetsterzwaag. Groen woont aan de 'Koufinne' en daar wordt nogal eens een ringslang gesignaleerd. Groen had naar zijn zeggen een broeihoop op zijn erf en een paar ringslangen vond hij niet erg. Nu wemelde het er echter van de dieren. Hij had een tweeling van drie jaar en vond alles teveel van het goede. Hij was al bezig slangen en hun eieren af te voeren. Afgesproken werd dat er contact met hem zou worden gezocht.
Nog voor er opnieuw contact met de heer Groen was geweest kwam er een melding binnen bij Jelle Hofstra te Gorredijk dat er door een fietser uit Drachten in het riviertje 'It Alddjip' (Koningsdiep) - ter hoogte van de 'Koufinne' - een flink aantal dode ringslangen dreven, waarvan sommige dieren waren onthoofd. Onderzoek leverde op dat het om dat moment om maar liefst 18 dode dieren ging.
Op de beeldbank van de schooltv staan 4 leuke korte filmpjes over adders. Gefilmd zijn schijngevechten tussen twee mannetjes, de paring, de geboorte van jongen en een jagende adder. Er zitten prachtige vertraagde beelden bij van het moment waarop de slang een muis bijt.